Ik geloof dat Joëlle een engel is die even op aarde kwam om ons leven flink op de kop te zetten.

Diana Aalders verliest acht jaar geleden haar eerste dochter Joëlle aan een hersentumor. Ze was nog geen
drie jaar oud. Diana lucht haar hart: ‘De avond voor Joëlle overleed, heb ik nog met haar gepraat. Ik vertelde
haar dat ik veel van haar hield en dat ik erg verdrietig was dat ze ging sterven. En ik zei dat ik me opgelucht
voelde dat ze niet meer hoefde te lijden. Ik vroeg haar of ze bij ons wilde blijven, na haar dood.

‘Luister eens, Marijke. Ik heb een idee. Vind je het een goed plan om eens een keer een interview te doen met ouders
die een kindje hebben verloren? Er heerst zoveel taboe en verdriet omheen en ik wil zo graag laten zien dat er meer
is tussen hemel en aarde. Om ouders die dit is overkomen meer rust te kunnen geven.’ Het is onze helderziende
vriendin Anita die zelf enthousiast het plan per telefoon oppert. Zo gezegd, zo gedaan. Want, Anita laat nergens gras
over groeien. Een paar weken later bellen we aan bij het huis van Diana en Tonny Aalders. Naast Joëlle, zijn ze ook
de trotse ouders van Larice, Latysha en zoon Desley. Omdat Diana voelt dat Joëlle’s energie nog altijd bij haar is,
heeft ze ondanks haar verdriet, het leven weer redelijk snel kunnen oppakken. Veel mensen kunnen hier moeilijk
mee overweg, net als haar man Tonny.

Onze komst is dan ook niet ongewoon en Diana is ontspannen wanneer ze de voordeur opendoet. In de woonkamer
branden kaarsjes op de sidetable bij foto’s en een bronzen handje. Ik krijg kriebels in mijn buik en kijk de andere
kant op om mijn emoties even uit te schakelen. Maar Anita wordt allesbehalve stil. Wanneer ze eerst doorloopt naar
het kleine achtertuintje om een sigaretje op te steken - ja, ook helderzienden hebben zondes – duurt het maar
even voordat ze de woonkamer weer binnen snelt. ‘Stop, ik kan niet langer wachten, Diana, het is hier in een keer
zó druk. Ik moet nu gaan vertellen.’

Anita weet dat Diana een kind verloren heeft, maar dat is het enige. Meer informatie wil ze niet. Anita begint in
hoog tempo te praten en is nauwelijks bij te benen. ‘Ik zie hier een heel klein meisje en dat zegt de hele tijd tegen
mij; ‘Ik ben hier niet alleen, ik ben niet alleen, er is iemand bij mij.’ Je hebt je dochtertje verloren hè? Ze was nog jong,
maar een paar jaar. Ik zie haar duidelijk. Wie begint er met een M? En is er ook niet meer?’ Is er een Marie, Marietje,
Maria…? ‘Marietje is mijn moeder, maar die is niet overleden, ‘Maar hoe heette haar oma?’ ‘Uhmm…’ Marietje, Marietje,
ze zegt elke keer die naam tegen mij’ ‘Ja, dat kan wel kloppen, want Marietje is mijn moeder’

Het kwartje valt bij Anita: ‘Doe je oma de groetjes? Dat is het, ik heb ‘m. De groetjes aan Marietje en zeg maar dat het
mij heel goed gaat. En er staat een oud vrouwtje bij haar en die had een appelboom achter het huis. Zij is bij Joëlle.
Schommel, schommel, ik zie elke keer een schommel.’ Het blijkt de moeder van oma te zijn.
‘Een van jouw kindjes heeft de karaktertrekjes van Joëlle. Een van jouw kindjes lijkt een beetje op haar.’ ‘Ja, dat klopt’,
antwoord Diana.
‘Het is net of een beetje van haar leven wat uit haar weg is gegaan in dat andere kindje een gedeelte is terug gekomen.
Een eigenwijs, ontzettend lief kindje’.

‘Nou Diane, jij hoeft ook niet bang te zijn, dit gebeurt jou nooit weer. Dit is jouw een keer gebeurd, maar dit zal nooit
meer gebeuren. Jee, ik moet naar mijn hoofd grijpen. Waarom moet ik naar mijn hoofd? Ik krijg een zeer hoofd. Heeft zij
iets met haar hoofdje gehad?’ ‘Ja. Joëlle had een hersentumor’, beaamt Diana.

‘Nou wil ik wel graag een foto van Joëlle zien, mag dat?’vraagt Anita. ‘En toch, ondanks dat ze ziek was, liet ze zich
niks uit haar handen nemen. Jullie waren soms nog meer in paniek dan zij. Want zij zat dan bij de dokter en had dan
zoiets van wat is er dan nou? Ik heb nergens last van!’

‘Heeft ze wel veel gekropen? Ik heb namelijk het gevoel dat ze maar heel kort gekropen heeft, want ze rent hier zo
door de kamer. En zij heeft zich veel sneller ontwikkeld dan andere kinderen. Dát heeft er mee te maken dat ze
zoveel mogelijk mee wilde maken, omdat ze maar zo’n kort leven had. Maar het was wel een druktemakertje, zeg.
Ik word heel druk van dit kind. En ik bijt heel erg mijn tanden op elkaar, ze is een echte doorzetter. Ze heeft het langer
volgehouden dan iedereen verwacht had. Kan het zijn dat ze ergens op gewacht heeft, dat ze nog iets mee wilde
maken? En jullie hebben op een hele aparte, eigen manier afscheid van haar genomen. Is zei hier thuis overleden?’’
Ja, dat wou ik ook heel graag.’

‘Het gaat haar erg goed. Ik zie elke keer ballonnetjes. Had jij ballonnetjes in de vorm van diertjes? Gekleurde
ballonnetjes? Ik zie geen gewone ballonnen, ik zie telkens van die gekleurde ballonnetjes. In de vorm van een
dier, daar had ze wat mee’

‘Op de crematie van Joëlle had haar tante die meegebracht. Een vlinder. En die heb ik daarna nog heel lang bewaard.’
‘Je hebt met Joëlle gesproken voordat ze overleed, toch? Je hebt met haar er over gepraat.

Ze wist dat ze wegging hè? Want ze wist precies dat ze naar de hemel ging, dat ze ging slapen. En ze wist ook dat ze
niet terug kon komen. En ze begreep het echt, ondanks dat ze nog zo klein was. En jij wist heel goed dat ze dit wel
begreep.

‘Jij moet mij kleding aandoen’, heeft ze het over, wat niet te deftig is, want ik moet boven ook nog kunnen spelen.
Ik moet boven ook nog kunnen ravotten. Ze wilde geen jurk aan. ‘Ik wil boven kunnen spelen.’ ‘Ik had Joëlle een broekje
aangedaan, ik geloof een blauwe. ‘Dus dat heb je hartstikke goed gedaan, Diane’, vertelt Anita.

‘Heb jij nog vragen aan mij? Want dat is wat ik van haar nog hoor, ze rent de hele tijd heen en weer hier. Het gaat
haar heel goed. Hoeveel kinderen heb je nu?’, vraagt Anita. ‘Larice is 6 en Latysha is 5 en Desley is 2’, antwoordt Diane.

‘Juist, en die zijn allemaal bij oma nu? Want daar heeft ze het over. Iedereen is bij oma, behalve ik. Als wij klaar zijn
hier gaat ze er ook heen. Ze vertelt: ‘Knuffelen, ik wil heel graag knuffelen, maar denk niet dat ik altijd met jou knuffel,
want als ik bezig ben heb ik daar geen tijd voor, maar ik mag wel heel graag met je knuffelen.’

Diane stemt in. ‘Dat klopt helemaal. Ze wou het niet altijd, had er denk ik niet altijd zin aan.’

‘Wacht even, Diane. Is er een Willem die er niet meer is? Van je man’s kant? Weet je wat ik namelijk elke keer zie?
Ik zie een oud mannetje hier lopen, hij loopt een beetje krom met een stok, hij loopt hier de hele tijd al heen en
weer. Je dochter is weggelopen, ze is naar.. oma, ze is weg. Ik kan er niks aan doen, ze is weg.’

Diane glimlacht. ‘Zij is weg, en in een keer staat er een oud mannetje hier. Er staat een vrouwtje bij met een
beetje appelrode wangen, haar in een knot en weer die W. Weer die W. Of Wilhelmina? Er staan een man en een
vrouw naast elkaar. Kan dat jouw opa zijn?’, vraagt Anita.

‘Was hij een beetje doof?’’Niet dat ik weet. ‘Ik moet mijn vinger in mijn oor doen. Net alsof ik niet goed horen kan.’,
vervolgt Anita.

Facebook Twitter Google+ Pinterest LinkedIn VK
×

Log in